Begrippenlijst

A

Authenticatie

Het vaststellen dat iemand daadwerkelijk is wie hij zegt te zijn, bijvoorbeeld met een wachtwoord, pas of vingerafdruk.

Autorisatie

Het toekennen van rechten die bepalen welke gegevens en functies een gebruiker mag benaderen. Zorgt ervoor dat medewerkers alleen bij de informatie kunnen die ze voor hun werk nodig hebben.

AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)

De Europese privacywet die regelt hoe organisaties persoonsgegevens mogen verwerken. In de zorg gelden extra eisen omdat gezondheidsgegevens bijzondere persoonsgegevens zijn.

C

CISO (Chief Information Security Officer)

De eindverantwoordelijke voor informatiebeveiliging binnen een organisatie. Stelt beleid op, bewaakt risico's en adviseert de directie over passende maatregelen.

D

Datalek

Een inbreuk op de beveiliging waarbij persoonsgegevens verloren gaan of in verkeerde handen komen. Ernstige datalekken moeten worden gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens en soms bij de betrokkenen zelf.

M

Multifactor-authenticatie (MFA)

Inloggen met minimaal twee onafhankelijke factoren, zoals een wachtwoord én een code op de telefoon. Verkleint de kans dat een gestolen wachtwoord tot toegang leidt.

N

NEN 7510

De Nederlandse norm voor informatiebeveiliging in de zorg. Beschrijft hoe zorgorganisaties passende maatregelen nemen om patiëntgegevens beschikbaar, integer en vertrouwelijk te houden.

P

Pseudonimisering

Het bewerken van persoonsgegevens zodat ze niet meer direct tot een persoon herleidbaar zijn zonder aanvullende informatie. Vermindert de risico's bij verwerking en onderzoek.

R

Risicoanalyse

Een gestructureerde beoordeling van dreigingen en kwetsbaarheden, waarmee wordt bepaald welke beveiligingsmaatregelen nodig en proportioneel zijn.

V

Verwerkersovereenkomst

Een verplichte overeenkomst tussen een organisatie en een externe partij die namens haar persoonsgegevens verwerkt, met afspraken over beveiliging, geheimhouding en aansprakelijkheid.